Wat is Wushu ?

Hoewel de meeste Oosterse vechtsporten die bekend zijn in het Westen, werden ontwikkeld in Japan (o.a. Judo, Karate, Aikido, Kendo, …) of in Korea (Taekwondo, Hapkido, …), kennen deze sporten hun echte oorsprong in China, de bakermat van Oosterse vechtsporten. Aangezien al deze sporten specifieke kenmerken bezitten, zoals onder meer de worpen en de klemmen in het Judo, de stoot- en traptechnieken in het Karate, de gewapende technieken in het Kendo en de sprongtechnieken het Taekwondo, vinden we deze variatie in hun oorspronkelijke vorm ook terug in de Chinese vechtsporten. Deze verscheidenheid heeft dan ook doorheen de eeuwen heen aanleiding gegeven tot het ontstaan van een zeer groot aantal scholen en stijlen binnen de vechtsporten in China, allemaal met hun eigen zeer specifieke eigenschappen en technieken.

De gemeenschappelijke naam voor al deze verschillende Chinese vechtsporten is "Wushu". In het Westen wordt vaak de benaming "Kungfu" gebruikt. Maar deze naam heeft in feite niets met vechtsporten te maken. Kungfu betekent immers "vaardigheid" en kan bijgevolg voor veel dingen gebruikt worden. Wushu daarentegen betekent letterlijk "krijgskunst".

De filosofie van deze krijgskunst legt de nadruk op; respect voor anderen, geen agressiviteit en een totale zelfontplooiing (zelfdiscipline).Wushu heeft twee hoofdstromingen namelijk de externe en de interne stijlen. De externe stijlen zijn gekenmerkt door hun soepelheid, kracht en snelheid.

Ontstaan van Wushu ?

Vaak wordt beweerd dat Wushu rond de 6e eeuw n.Chr. ontstond binnen de muren van het Boeddhistische Shaolinklooster in de Chinese provincie Henan als een manier om de gezondheid en de veiligheid van de monniken te verbeteren. Deze versie wordt evenwel door Chinese geschiedschrijvers tegengesproken. In feite ontstonden de eerste Wushuvormen reeds in de primitieve samenleving. Om te kunnen overleven gebruikte de primitieve mens houten knuppels en stenen waardoor hij zich niet enkel kon verdedigen tegen wilde dieren, maar waar hij ook mee op jacht kon gaan. Tijdens de Shangdynastie (17e- 11e eeuw v.Chr.) ontwikkelde men diverse oefeningen en dansvormen, met en zonder wapens, ter voorbereiding van dreigende oorlogen en ter verbetering van de gezondheid.

Ten tijde van de Yin en Zhoudynastieën (1200 – 771 v.Chr.) ontstonden bronzen wapens, zoals dolk, bijl en speer. Wedstrijden werden georganiseerd om de vaardigheden met deze wapens te kunnen meten en vergelijken. In die periode werd Wushu ook een onderdeel van de vorming en de opleiding van de adel en andere vooraanstaanden. Zij leerden "Wuxiang" (een soort dans waarbij men met een bijl, speer of schild een aantal technieken uitvoert). Het bracht hen niet enkel militaire vaardigheid bij maar men meende ook dat dit hun voorkomen en hun gedrag ten goede kwam. Op deze wijze ontstond aldus een vorm van lichamelijke opvoeding. Later, bij het gebruik van ijzeren voorwerpen, werden talrijke nieuwe wapens vervaardigd. Wushu werd dan ook verder ontwikkeld en, als gevolg van de talrijke wedstrijden en ontmoetingen tussen beoefenaars, ontstonden er steeds nieuwe en meer complexe gewapende en ongewapende technieken. Hieruit ontwikkelden zich bijgevolg verschillende Wushustijlen en –scholen, elk met hun eigen karakteristieken en specifieke technieken. Tijdens de Ming en Qingdynastieën (1363 tot 1911 n.Chr.) kende Wushu wellicht zijn belangrijkste ontwikkelingen. De meeste van de nu bestaande Wushustijlen kregen in die periode vaste vorm.

Ook in het begin van deze eeuw ontwikkelde Wushu zich verder. Zo werd in de helft van de jaren twintig in China een centraal Wushu-instituut opgericht, met onderafdelingen in een aantal provincies en steden. Vanaf 1932 werd jaarlijks zelfs een nationale Wushuwedstrijd ingericht.

Een belangrijke fase in de ontwikkeling van het hedendaagse Wushu deed zich voor op het einde van de jaren veertig, wanneer de communisten na een burgeroorlog de macht in handen krijgen in China. Zij verdreven de nationalisten, die een onderkomen vonden op het toenmalig eiland Formosa (nu Taiwan). Ook vele Wushumeesters ontvluchtten het vasteland en zochten er een toevlucht. zowel in Taiwan als in de Britse kroonkolonie Hong Kong werd Wushu van dan af aan op dezelfde (ongewijzigde) vorm beoefend. In de in 1949 opgerichte Volksrepubliek China daarentegen onderging Wushu vanaf dat moment belangrijke veranderingen. De communistische leiders waren immers van mening dat de oude manier van beoefening een te militaristisch karakter had en dat het gebruik van traditionele wapens, vanuit het oogpunt van doeltreffendheid tijdens het gevecht, in moderne tijden achterhaald was. Toch zag men, omwille van de grote culturele en gezondheidsbevorderende waarde, het belang in van een blijvende promotie en ontwikkeling van Wushu in de Chinese samenleving. In het begin van de jaren vijftig werd de "State Physical Culture and Sports Commission" in het leven geroepen. Eén van de taken van deze commissie bestond erin om de massasportbeoefening in China te bevorderen. Voor de ontwikkeling van Wushu betekende dit het begin van een nieuwe (sportievere) vorm van beoefening. De meest bekende Wushu-experts uit heel China werden samengebracht en hielpen mee aan het ontwerpen van deze aangepaste verschijningsvorm. De meest populaire traditionele systemen en technieken werden geselecteerd. Deze bewegingen werden dan gecombineerd met een aantal nieuwe technieken in zogenaamd "Wushu standaardvormen". Het accent lag niet langer op de zuivere gevechtswaarde, maar kreeg een ruimere betekenis waarbij ook sportieve en esthetische elementen een belangrijke plaats kregen. De bedoeling van deze aanpassing was in hoofdzaak om Wushu populairder te kunnen maken, en hierdoor meer beoefenaars te kunnen aantrekken. Het nieuwe Wushu was een feit.