Hoewel de meeste Oosterse vechtsporten die bekend zijn in het Westen, werden ontwikkeld in Japan (o.a. Judo, Karate, Aikido, Kendo, …) of in Korea (Taekwondo, Hapkido, …), kennen deze sporten hun echte oorsprong in China, de bakermat van Oosterse vechtsporten. Aangezien al deze sporten specifieke kenmerken bezitten, zoals onder meer de worpen en de klemmen in het Judo, de stoot- en traptechnieken in het Karate, de gewapende technieken in het Kendo en de sprongtechnieken het Taekwondo, vinden we deze variatie in hun oorspronkelijke vorm ook terug in de Chinese vechtsporten. Deze verscheidenheid heeft dan ook doorheen de eeuwen heen aanleiding gegeven tot het ontstaan van een zeer groot aantal scholen en stijlen binnen de vechtsporten in China, allemaal met hun eigen zeer specifieke eigenschappen en technieken.
De gemeenschappelijke naam voor al deze verschillende Chinese vechtsporten is "Wushu". In het Westen wordt vaak de benaming "Kungfu" gebruikt. Maar deze naam heeft in feite niets met vechtsporten te maken. Kungfu betekent immers "vaardigheid" en kan bijgevolg voor veel dingen gebruikt worden. Wushu daarentegen betekent letterlijk "krijgskunst".
De filosofie van deze krijgskunst legt de nadruk op; respect voor anderen, geen agressiviteit en een totale zelfontplooiing (zelfdiscipline).Wushu heeft twee hoofdstromingen namelijk de externe en de interne stijlen. De externe stijlen zijn gekenmerkt door hun soepelheid, kracht en snelheid.